History of DJOE
The history of DJOE below is taken from the 25 year DJOE jubilee edition of the Labzwans from 1998. It was written by Nico with a postscriptum by Jan.
Jurjen's account of the ORDINATOR was in the same issue.
You can also find a more objective account of DJOE's history in an UNESCO publication by Fred Goffree.
Geschiedenis van DJOE
Zo'n kleine dertig jaar geleden kwam, naar
aanleiding van een aantal televisie uitzendingen
waarvan de initiatiefnemer de VARA
omroepvereniging was, aan het licht dat er nogal wat
jongeren in hun vrije tijd met techniek en
experimenteel onderzoek bezig waren. Een aantal
van deze jonge mensen presenteerden en
demonstreerden wat ze op zolders en schuurtjes
achter het huis hadden bedacht en de meest originele
ontdekkingen werden beloond. Er was echter één
"maar" aan deze uitzendingen: vaak kwam aan het
licht dat de jeugd op onvoorzichtige en onbedachte
manieren bezit was, waardoor gevaarlijke situaties
voor henzelf of huisgenoten niet denkbeeldig was.
Een aantal wetenschappers stak toen de koppen bij
elkaar en oplossingen voor dit probleem werden
bedacht. Eén van de initiatiefnemers prof. dr.
Casimier van het Philips natuurkundig laboratorium
wist bij de directie te bereiken dat er ter gelegenheid
van het 75 jarig bedrijfsjubileum van Philips
Gloeilampenfabriek, in Eindhoven een gelegenheid
werd geschapen waar tijdens techniekweekenden de
Eindhovense maar ook landelijke jeugd met techniek
en expirimenten bezig kon zijn.
Zo werd het jeugdlaboratorium EVOLUON
opgericht. De huisvesting in het Evoluon bleek
echter niet zo geschikt en er werd al snel [verhuisd]
naar een leegstaand pand aan de Lindenlaan/hoek
Wingerdlaan.
In september 1969 opende Z.K.H. Prins Bernard dit
goed geoutilleerde jeugdlaboratorium. Het initiatief
van deze Eindhovense firma trok ook de aadacht
van landelijke en plaatselijke overheden en tussen
1969 en 1972 werden er in een aantal andere plaatsen
in Nederland ook jeugdlabs ingericht en opengesteld.
Enkele daarvan werden mede in stand gehouden door
subsidies van de overheden. Het jeugdlaboratorium
EVOLUON heeft in deze periode veel jongeren hulp
kunnen bieden bij de meest merkwaardige
onderzoeken, zoals paleontologisch onderzoek of het
maken van sterrenkijkers t.b.v. astronomie.
Op 3 mei 1973 werd de stichting De Jonge
Onderzoekers Eindhoven officieel opgericht. In deze
stichting waren en zijn momenteel nog
vertegenwoordigd het bedrijfsleven, de wetenschap
en het onderwijs.
Het jeugdlaboratorium Evoluon werd in de loop van
1974 overgedragen aan deze stichting en de naam
werd omgedoopt in Jeugdlaboratorium De Jonge
Onderzoekers Eindhoven (afgekort jeugdlab DJOE
(dit tot grote geruststelling voor de redactie, red))
De schrijver van dit stukje heeft van augustus 1974
tot begin 1992 de werkzaamheden op dit jeugdlab
mogen coördineren. Talloze jongeren heeft het lab
deze periode gehuisvest met de meest uiteenlopende,
zowel mogelijke als onmogelijke onderzoeken en
expirimenten. De meeste wensen konden door de
leiding gehonoreerd worden zoals bijvoorbeeld het
op een ijskoude, stikdonkere winteravond op het
weiland van een bevriende boer foto en film opnamen
maken van een met lichtjes uitgeruste boemerang om
zodoende de worp en de afgelegde baan te
registreren.
Of het bouwen van een éénpersoons hoovercraft die
de nodige hilariteit veroorzaakte toen het met
oorverdovend lawaai tijdens een technische
manifestatie in de Jaarbeurs te Utrecht over het beton
zweefde.
Dat niet alles mogelijk was, mag blijken uit een
verzoek om een atoombommetje in elkaar te
knutselen of het doen van proeven waar een
waterloopkundig laboratorium of een cyclotron voor
nodig waren. (dan bouwen we die toch zelf, red)
De meeste wensen konden echter na een grondige
analyse wel gerealiseerd worden. Nauwe contacten
met zowel het bedrijfsleven als wetenschappelijke
instituten zoals universiteiten en hogescholen werden
onderhouden om middelen te verkrijgen zodat de
jongeren hun voorgenomen experiment of onderzoek
konden uitvoeren. Voor die tijd geheel nieuwe zaken,
met name in de informatica technologie kwamen aan
de orde. Zo herinner ik me nog als de dag van
gisteren een jongeman die in '75 naar me toe kwam
met de vraag of hij met een microprocessor mocht
gaan expirimenteren. Alvorens ik daar ja op kon
zeggen moest ik eerst eens op de TUE nagaan
waarover hij het eigenlijk had. Een snelcursus in de
grondbeginselen der informatica volgde dan ook
spoedig daarop.
Ook vermeldenswaardig zijn de discussies over de
voor- en nadelen van de dubbel gespoten druktoetsen
van elektronische rekenmachines en de aanschaf van
onze eerste computer: de Exidy Sorcerer.
Hoeveel deze computer niet teweeg heeft gebracht.
Intekenlijsten voor het gebruik van deze machine
moesten gemaakt worden. Weken van tevoren moest
het gereserveerd worden; het ding kwam eigenlijk
alleen 's nachts aan zijn rust toe en dan ook nog niet
altijd. Sommige programma's draaide namelijk ook
's nachts door.
De staf van DJOE heeft altijd getracht de vragen
waarmee de leden naar het lab kwamen, serieus te
nemen en voor zover mogelijk was middelen te
creëren en voorzieningen te treffen zodat ze zelf
antwoord kregen op de gestelde vragen.
Natuurlijk is dit niet in alle gevallen gelukt;
onderzoek en expiriment eisen geduld en
doorzettingsvermogen. Teleurstellingen bleven soms
niet uit en nieuwe methodes of een andere aanpak
moesten dan gevolgd worden. De doorzetters
kwamen echter tenslotte wel bij hun doel. Door deze
aanpak en de enthousiaste ondersteuning van het
team begeleiders bleven successen niet uit. Op
nationale en internationale wedstrijden voor jonge
onderzoekers scoorden de Eindhovense leden
menigmaal zeer hoog. Eerste en tweede prijzen
vielen naast eervolle vermeldingen als rijpe appels.
Namen zoals Keulen, Parijs (2x), Barcelona,
Kopenhagen, Oslo en niet te vergeten Eindhoven zelf
(2x), brengen deze successen weer in herinnering.
Dat de bomen niet tot in de hemel groeien ervoer de
stichting eind tachtiger jaren. Aangekondigde
bezuinigingen diende zich aan zodat er ombuiging
van beleid en uitbreiding van de bereikte doelgroepen
gerealiseerd moest worden. In 1992 werd de
instelling ondergebracht in een zogenaamde
vrijwilligersorganisatie; dit betekende dat er geen
beroepskrachten meer werkzaam zijn, althans niet
door de overheid gesubsidieerd. Dat dit de voortgang
van de activiteiten en het enthousiasme waarmee
gewerkt en begeleid wordt niet geschaad heeft, is te
danken aan de huidige vrijwilligers. Zodoende is de
stichting toch in staat haar 25-jarig jubileum te
vieren.
Nico Schenkeveld
Addendum
Vlak voor het drukken van deze Zwans kwam Jan
nog met de volgende aanvulling op dit artikel:
Ergens in deze labzwans staat bovenstaand stukje
geschreven door mijn "voorganger" Niek
Schenkeveld. De term voorganger geldt voor
ondergetekende zowel in letterlijke als figuurlijke
zin. In de beginperiode van het jeugdlab (die ik
gelukkig ook heb meegemaakt) is door het bestuur en
de coordinator een beleid ontwikkeld waarvan we
heden ten dage nog steeds ons profijt hebben.
Ondanks allerlei druk om dit beleid te veranderen ben
ik van mening dat juist dit beleid de continuiteit heeft
gewaarborgd. Dat het bezig zijn met techniek in de
breedste zin van het woord, heden ten dage weer
"mag", bevestigd deze opvatting. Sterker, destijds bij
het ter ziele gaan van DJO is juist dit de motivatie
geweest om door te gaan. Vele [jongelui] hebben
gelukkig daarvan geprofiteerd. Dat de huidige
werkzaamheden in de begeleidende en
ondersteunende sfeer niet meer zonder de inzet van
vrijwilligers kan zal [eenieder] duidelijk zijn. Het is
dan ook dat de leiding met name hen wil bedanken
voor hun inzet en bijdrage. Uitvoerige verhalen van
hoe het nu op het jeugdlab gaat, moet u van mij niet
verwachten. De leiding en de vrijwilligers zijn meer
de doeners, iets wat de jongelui ook van ons
verwachten. Ik hoop en verwacht nog in lengte der
jaren voor onze jongelui op deze manier door te
kunnen gaan.
Jan van der Horst
coordinator.